Wetsvoorstel Vbar gedeeltelijk ingetrokken: wat betekent dit voor werkgevers en zzp’ers?
Wetsvoorstel Vbar gedeeltelijk ingetrokken: wat betekent dit voor werkgevers en zzp’ers?
Op 10 maart jl. heeft de nieuwe minister van Werk en Participatie, Thierry Aartsen, een streep door een deel van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (Vbar) gezet. Veelgehoorde kritiek op dit wetsvoorstel was dat het te onduidelijk was wanneer sprake is van een dienstverband versus zelfstandigheid. Wat betekent dit concreet?
Twee onderdelen van de Vbar
De Wet Vbar bestond uit twee onderdelen:
Een verduidelijking van wanneer sprake is van een dienstverband, door middel van invulling van het criterium ‘werken in dienst van’.
Een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst geïntroduceerd op basis van de hoogte van een bepaald uurtarief.
Volgens de minister leidde juist het eerste onderdeel tot onzekerheid op de arbeidsmarkt. Dit gedeelte wordt daarom geschrapt. De minister is van plan om door middel van de Zelfstandigenwet op dit vlak alsnog verduidelijking te bieden.
Rechtsvermoeden blijft – en komt sneller
Het tweede onderdeel blijft wel bestaan. De invoering van dit onderdeel wordt zelfs versneld en zou al begin 2027 kunnen ingaan.
Als het voorstel wordt aangenomen, wordt vermoed sprake te zijn van een arbeidsovereenkomst als iemand voor een uurtarief onder € 38 werkzaamheden verricht. Op deze manier kunnen zzp’ers met een laag uurtarief door middel van het rechtsvermoeden een dienstverband (proberen te) claimen.
Wat betekent dit in de praktijk?
Vooral aan de onderkant van de zzp-markt kan dit grote gevolgen hebben.
Zzp’ers met een lager uurtarief krijgen met dit rechtsvermoeden een sterkere positie om een arbeidsovereenkomst te claimen. Voor opdrachtgevers betekent dit een groter risico op:
naheffingen (loonbelasting en premies);
toepasselijkheid van arbeidsrechtelijke bescherming; en
discussie achteraf over de kwalificatie van de arbeidsrelatie.
Tegelijkertijd blijft er, door het schrappen van het eerste deel, nog steeds onduidelijkheid bestaan over wanneer iemand nu precies als werknemer kwalificeert.
Nieuwe wetgeving in aantocht
De minister is voornemens om op korte termijn het initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet verder uit te werken. Hiervoor wordt zo snel mogelijk een afzonderlijk wetsvoorstel ingediend.
Tot slot
De ontwikkelingen laten zien dat de wetgeving rondom zzp’ers nog volop in beweging is. Zeker voor organisaties die werken met zelfstandigen, is het belangrijk om hier scherp op te blijven. We houden u uiteraard op de hoogte.